Een Bed & Breakfast centraal gelegen in Andalusië

Welkom.
Op deze weblog kom je alles te weten over het wel en wee van een B&B.
Ons emigratieverhaal en de verbouwing van deze cortijo staan op www.spaansedromen.wordpress.com
En als je tot slot zin hebt om het allemaal in het echt te aanschouwen, kijk dan voor meer informatie op
http://www.cortijodelsueno.com

Posts tonen met het label Bezienswaardigheden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bezienswaardigheden. Alle posts tonen

maandag 13 augustus 2012

Alcalá la Real


Op het internet vind je prachtige foto´s van Alcalá la Real en met name van het kasteel dat hoog boven de stad uittoornt. Nu kan ik gewoon zo´n foto downloaden en er een verhaaltje bijschrijven wat ik uit de reisgidsen haal, maar daar vind ik niks aan. Ik wil het in het echt zien! En bovendien kan je de gasten beter informeren als je er zelf geweest bent. Nadat we het ontbijt van onze gasten hebben opgeruimd gaan we op pad. We kiezen voor een mooie route tussendoor via Priego de Córdoba. Het eerste deel is een prachtige kronkelige weg door de olijfgaarden maar opschieten doet het niet. Na Priego ligt er een splinternieuwe weg die lijkt alsof die alleen voor ons is aangelegd want er is geen auto te bekennen, dat schiet een stuk sneller op. Als we in totaal 70 kilometer hebben gereden en 75 minuten verder zijn, naderen we Alcalá la Real. Het eerste wat je ziet is inderdaad het kasteel. Hoog en droog staat het Fortaleza de la Mota. Hoe je er precies moet komen is altijd weer even zoeken hier in Spanje. Ze beginnen met een bordje maar wat straten verder is opeens het bordje verdwenen. In dit geval hebben ze een straat in het centrum afgesloten en tja dan is het zoeken naar de bordjes met Fortaleza erop. Na een paar rondjes rond het grote plein in het midden van het stadje vinden we de weg naar de top. Onze klok geeft aan dat het 1 uur is en dat betekent dat we nog een uur hebben voordat de siësta om 2 uur begint. Opschieten dan maar. Het mannetje van het informatiecentrum geeft alle uitleg en duwt een audio guide en een plattegrondje in onze handen. Om 2 uur begint de film in de kerk, roept hij nog naar ons als we naar buiten stappen. Hè, 2 uur? Hoe laat gaan de poorten dan dicht? In de zomermaanden gaan ze tussen de middag niet dicht, het blijft open tot 7 uur in de avond. Goh, we zijn helemaal verrast, komt niet vaak voor dat iets open blijft. We zijn wel blij want nu kunnen we in een lagere versnelling verder. En lager wordt het inderdaad want de weg loopt heel steil omhoog en de gladde keitjes zorgen ervoor dat van elke stap die je zet je minstens weer de helft naar beneden glijdt. Zal wel aan mijn schoenen liggen, denk ik dan als er een bruidspaar ons inhaalt. Boven aan gekomen worden we beloond met een prachtig uitzicht over de omgeving. 
Helaas staan er om het kasteel en de opgravingen een heleboel bouwmaterialen. Eigenlijk is dat helemaal niet helaas want het is juist goed dat zulke bouwwerken worden opgeknapt en bewaard voor het nageslacht maar op de foto staat het natuurlijk niet zo leuk. Ze hebben ervoor gekozen alle het nieuwe werk ook gewoon nieuw uit te laten zien. Je kan dus goed het verschil zien tussen wat er nog stond en wat er later is aangebouwd. Terwijl er een dame in Queens English in onze oren tettert vervolgen wij onze weg door het kasteel met bijgebouwen welke dateert uit de 13de eeuw. 
Daarna nemen we een kijkje in La Iglesia Mayor Abacial waar een film wordt getoond over de geschiedenis van het fort. Ook vinden we er een maquette waar je goed kan zien hoe het er vroeger uitgezien moet hebben. Na afloop dalen we neer in het plaatsje zelf om een hapje te eten. We lopen nog het archeologisch museum in om alle voorwerpen die ze bij het kasteel hebben gevonden te bekijken en gaan daarna richting huis. Weer iets om in onze informatiemap te schrijven.

dinsdag 10 juli 2012

Museo Usos y Costumbres


Wisten jullie dat hartje Málaga een museum verbergt achter Calle Marqués de Larios? In de Pasillo de Santa Isabel staat een prachtig gebouw uit de 17e eeuw. Zodra je daar de binnenpatio oploopt doven alle stadsgeluiden en kom je in een oase van rust.De verschillende kamers, verdeeld over 2 etages, laten diverse ambachten zien uit vervlogen tijden. Elke kamer heeft een ander onderwerp, zoals smederij, visserij, bodega, bakkerij, drukkerij, landbouw. Het is niet groot maar wel leuk om te zien. Entree kost 2 euro. Voor meer informatie: www.museoartespopulares.com



donderdag 24 mei 2012

Informatiemap


Wat ooit begon als een mapje met 6 pagina´s waarin de dorpen om ons heen beschreven staan is inmiddels uitgegroeid tot 2 mappen met meer dan 80 pagina´s aan informatie. In het begin dachten we nog dat we gasten zouden krijgen die hier 2 dagen verblijven en dan weer door trekken naar het volgende logeeradres. Daarom ben ik gestart met een informatiemap waarin uiteraard ons eigen dorp Iznájar voor komt maar ook de directe omgeving. Inmiddels zijn we er achter gekomen dat de meeste van onze gasten hier hun hele vakantie doorbrengen, variërend van 7 dagen tot 14 dagen. Tja, en dan willen ze natuurlijk meer zien dan alleen in die 6 pagina´s beschreven staat. Elk jaar komt er wel iets bij, een stad of dorp, een natuurgebied, een attractie. Naarmate wij zelf meer ondernemen groeit de map. Gelukkig zijn er ook gasten die, als ze ergens heen gaan, voor ons informatiefolders meenemen zodat wij dat weer met anderen kunnen delen. De map is ingedeeld op afstand, te beginnen met het dichtst bij, zo kunnen gasten bepalen hoever ze die dag willen rijden. Vandaag heb ik de map helemaal up to date gemaakt en het is bijna een volwaardige reisgids geworden, compleet met plattegronden. Er staan ook wat suggesties voor autotrips in en ook een paar fiets- en wandelroutes. En bij alles staan wel wat persoonlijke tips. Dat dit gewaardeerd wordt door onze gasten blijkt wel uit het feit dat de map er altijd flink gelezen uit ziet. En dat wij ook van die map profiteren blijkt uit het aantal gasten dat nog een keer terugkomt omdat ze graag de rest, wat in de map staat, ook nog willen bekijken. Dus, voorlopig ga ik door met ontdekken, verzamelen en schrijven.

vrijdag 18 mei 2012

Festival de los Patios Córdobeses


Vorig jaar zijn we ook geweest en aangezien dat goed bevallen is doen we het dit jaar weer. Waar we verkeerd zijn gereden weten we niet meer maar we komen niet uit bij de parkeerplaats waar we altijd parkeren. We komen aan de andere kant van de Guadalquivir uit vlakbij de Puente Romano. We zetten de auto neer, zoeken nog naar een betaalautomaat maar vinden die niet.  Dan wandelen we over de brug zo het historisch centrum in. Langs de Mezquita is altijd druk, busladingen met mensen lopen daar achter een dametje met parasol of stok aan. We stappen door de Joodse wijk richting het moderne centrum. We drinken een café Americano op de Plaza de las Tendillas en gaan dan eerst op zoek naar een olijfwinkel. Ergens moet er een Tienda del Olivo zijn met hele lekkere olijfolie. Ik heb het adres opgezocht maar ben vergeten het mee te nemen. Volgens mij is het iets van Calle San Fran... of zo. Ach, als we langs de winkeltjes lopen vinden we het vanzelf wel. Maar Córdoba is groter dan we denken en rondom het plein zijn wel heel veel winkels. We proberen het nog te vragen aan voorbijgangers maar zo gauw je olijfolie zegt dan wijzen ze overal om zich heen want elke zaak verkoopt dat wel. Dat is niet wat we zoeken. Dan worden we verwezen naar een straat waar een winkel San Francisco heet. We stappen naar binnen en belanden in een bakkerij waar ze overigens wel heerlijke koekjes gemaakt met olijfolie verkopen. We geven het op, moeten we maar nog een keertje terug en dan met het adres. We besluiten meteen om in die omgeving waar we nu toch al zijn een paar patio´s te gaan bekijken. Tenslotte zijn we daarvoor naar Córdoba gegaan. 
In totaal zijn er zo´n 50 patio´s die meedoen. Je herkent ze aan 2 grote planten in een rode pot die bij de entree staan. Je kunt ook een plattegrondje bij de VVV halen waar 3 verschillende route´s staan uit gestippeld. Het lukt je nooit om ze alle 50 te bekijken maar een stuk of 15 is wel te doen. De ene is mooier en uitbundiger dan de andere. Je hebt kleine en soms ook hele grote patio´s waar ook muziekoptredens gehouden worden. Natuurlijk ben je nooit de enige die gaat kijken dus een beetje geduld moet je wel hebben om foto´s te kunnen maken zonder onbekenden in je lens. Ondanks ons plattegrondje zijn sommige patio´s toch nog moeilijk te vinden maar er is altijd wel een behulpzame Spanjaard die je de weg wijst of zelfs met je meeloopt. Omdat we er toevallig lopen bezoeken we ook Palacio de los Marqueses de Viana, het paleis heeft 13 patio´s elk met een ander thema, alleen doen deze niet mee met de wedstrijd mooiste patio want daar doen alleen particuliere patio´s aan mee. Net als onze maag begint te rammelen belanden we bij de patio van Bodegas de Sociedad Plateros. Wat een toeval! Hier kunnen we meteen een hapje en drankje nuttigen. Hierna slenteren we rustig richting brug. Onderweg kom ik opeens in een souvenirswinkeltje terecht, hoe kom ik daar nou verzeild?!  En laten ze daar nu hele leuke tegeltjes hebben. Ik neem er eentje mee waar het hele verhaal van: hoe maak je olijfolie op afgebeeld staat. Dit komt dan in de comedor te hangen zodat onze gasten kunnen zien hoe de olijf van de boom in olie vorm in de fles komt.

maandag 7 mei 2012

Museo Automovilístico de Málaga


Wat kan je op een regenachtige dag in Andalusië doen? Naar een museum!  We kiezen voor de automobielmuseum in Malaga. Het ligt in de stad bij de haven en is gevestigd in de oude tabaksfabriek uit 1927. Voor de deur een grote parkeerplaats waar je gratis kan staan. De entree kost € 6,50 tenzij je inwoner van Málaga bent dan krijg je korting. Op een oppervlakte van 6000 m2 vind je meer dan 90 modellen vanaf 1898 tot heden met verschillende merken zoals Hispao, Bugatti, Delage, Packard, Auburn, Rolls Royce, Bentley, Jaguar, Aston Martin, Mercedes, Ferrari en nog veel meer. Sommige auto´s zijn met een bepaald doel gemaakt. Neem nou de Delage uit 1912 met een zitje achter, speciaal voor je schoonmoeder. Of deze Helicron uit 1932, een prototype met een vliegtuigmotor. 
Een Packard uit 1939 met kogelvrij glas voor President Roosevelt. Behalve auto´s is er ook kunst te vinden. Een collectie  "vintage" mode en hoeden: Balenciaga, Schiaparelli, Givenchy, Balmain, Oleg Cassini, Dior, Chanel. En van verschillende auto-onderdelen zijn ware kunstwerken gemaakt. Een rondje langs alle auto´s neemt ongeveer 2 uur in beslag. Elke zondag wordt er een rondje door het museum met een aantal auto´s gereden. Dat vroeger de auto´s geen stuurbekrachting en een grote draaicirkel hebben dat kunnen we ter plekke mee maken want de auto die een rondje rijdt pakt in de bocht een betonnen pilaar mee. Zonde, nu zit er een deuk in de bumper van de Peugeot uit 1938. Al met al een leuk museum wat ook zeker kinderen zal aanspreken.


vrijdag 21 oktober 2011

Museum in Rute


Het eerst volgende stadje bij ons vandaan is Rute, zo’n 20 minuten rijden. Het plaatsje zelf ziet er niet echt aantrekkelijk uit maar het heeft toch wel wat leuke bezienswaardigheden. Een daarvan is Museo del Jamon. Natuurlijk kom je binnen via de slagerij. Als wij te kennen geven dat we graag het museum er achter willen zien, wordt het licht voor ons aan gedaan. Alles wat te maken heeft met de bereiding van ham staat mooi uitgestald. 

Tegenover het hammuseum zit een anijsmuseum. Ook hier is duidelijk te zien dat de familie trots is op hun product. Alles wat met de familie te maken heeft staat uitgestald in de vele vitrines. Er naast zit ook de destilleerderij waar ze de anijslikeur maken. Kom proeven, wordt er naar ons geroepen. Nou, als er één drankje is wat ik niet lust dan is het een anijsdrankje. De gratis aangeboden ouzo bij de Griek krijg ik ook nooit door mijn keel. Maar goed. We gaan gewoon proeven. Je weet nooit. Voor ons staat een grote kast met een enorme hoeveelheid verschillende soorten anijsdrankjes. Welke wil je proeven? Ik zie aardbeien, chocola, kersen, koffie en nog veel meer. Ik wil ze wel allemaal proeven. Maar na een paar geproefd te hebben laat ik dat uit mijn hoofd want de alcohol stijgt naar mijn hoofd. Natuurlijk willen we een fles mee naar huis nemen maar de keus is moeilijk. De verschillende smaakjes zijn heerlijk. Je moet het goed gekoeld drinken. En die vieze anijssmaak is nergens te bekennen. Enthousiast vertellen we de man, die ons geduldig weer een nieuw glaasje inschenkt, dat hij deze drankjes in Nederland moet gaan verkopen. Hij kijkt ons een beetje sceptisch aan. Nee, zegt hij lachend, het is niet eens in heel Spanje te koop, alleen in Andalusië. We kunnen het gewoon niet geloven. Zulke drankjes zouden toch over de hele wereld verkopen? Nou, misschien moeten we het een andere keer met deze man over exporteren hebben, als hij over zijn bescheidenheid heen is. 

maandag 10 oktober 2011

De kathedraal van Granada


Wie denkt dat Granada alleen het Alhambra heeft die zit er helemaal naast. Granada heeft zoveel mooie gebouwen. Niet altijd verraadt de buitenkant wat er aan de binnenkant te zien is. Neem nou de kathedraal bijvoorbeeld. Aan de buitenkant niet zo ontzettend bijzonder maar wacht totdat je binnen bent. Dan weet je niet wat je ziet. Zo prachtig! En zo groot! Enorme hoge plafonds met grote orgels erin. Overal beelden en versieringen. Veel pracht en praal. Absoluut waard om een kijkje te nemen. 
Rondom de kathedraal is ook genoeg te zien en te doen. Er staan kraampjes met allerlei soorten thee en kruiden. Daar achter is de Alcaicería, voorheen was het een oude Moorse zijdemarkt maar nu zit het vol met souvenirshops en Marokkaanse winkeltjes. Dan is er een groot plein met terrasjes die, zeker op zondag, gezellig vol zitten. En aan de andere kant van de kathedraal zitten vaak muzikanten te spelen. Wij hebben daar een tijdje gezeten en geluisterd naar het gitaarspel van Jutta Kay y Fransé La Frato. Na afloop hebben we de cd Rumbitas y Flamenco van die twee gekocht zodat we thuis nog verder kunnen genieten.

dinsdag 4 oktober 2011

Alhama de Granada


Hier zijn we al eens geweest maar dat is geen reden om niet nog een keer te gaan kijken. Het is zo’n leuk gemoedelijk dorpje met een unieke ligging daarboven de kloof. De vorige keer overigens hebben we wel een rondgang door het historisch gedeelte van het dorp gedaan maar geen wandeling door de kloof. En dat laatste dat willen we nu wel doen. We glijden gewoon over een paadje naar beneden de kloof in en wandelen over de camino de Los Angeles langs een paar ruïnes. Heel mooi allemaal. We kijken hoe een boer helemaal beneden bij het water zijn moestuin onderhoudt en vragen ons af hoe hij elke keer met alle spullen daar moet komen. We hebben allang gemerkt dat Spanjaarden niet zo gauw ergens mee zitten. Ze frommelen hun auto’s door de smalste straatjes en kruipen de steilste hellingen op ook al zijn ze in de 80. En dan de dames op hun hoge hakjes over de keitjes. Nee, daarbij vergeleken ben ik een echte muts met hoogte-, engte- en dieptevrees. Een Spanjaard lijkt deze angsten niet te kennen.
Er zijn diverse wandelingen in de kloof te maken maar aangezien ze nogal vermoeiend zijn bewaren we de andere routes voor de volgende keer. Na op een terras bijgetankt te hebben gaan we nog net voor sluitingstijd het toeristeninformatiepunt binnen. Daar wordt ons gevraagd of we soms geïnteresseerd zijn om de grotten te bekijken. Natuurlijk zijn we dat. En zo hobbelen we achter de gids aan naar de Mazmorras. Het verhaal is dat de grot eerst als opslagplaats voor graan werd gebruikt. Later werd de grot als gevangenis gebruikt. En nu worden er af en toe optredens gegeven. Als we de andere gebouwen ook willen bekijken aan de binnenkant dan moeten we op zaterdag terug komen want dan zijn er rondleidingen.
Ook weer iets om voor terug te komen.
Aangezien we nu aan de kant van het dorp staan waar de Escalerillas del Diablo zijn dalen we af naar beneden. Het stukje rondom het bruggetje is prachtig.  Na afloop gaan we weer terug naar het terras. Onze vochtvoorraad moet hoognodig bijgevuld worden. Op de terugweg besluiten we om een rondje om het stuwmeer Embalse de los Bermejales te maken. Een mooie tocht maar ons stuwmeer (van Iznájar) is toch vele malen mooier.

maandag 26 september 2011

Fuente de Piedra


Hier zijn we eens in februari naar toe geweest. Het is een prachtig groot zoutmeer en broedplaats voor de flamingo’s. Alleen toen was er geen flamingo te zien. Komen volgende week, zei het meisje in het informatiecentrum, alsof die roze vogels met de bus uit Afrika worden gehaald. Als het goed is verblijven de vogels hier van februari tot september of als het meer eerder is opgedroogd dan gaan ze ook weg want dan is er geen voedsel meer. We gokken erop dat er nu nog water in staat en ze er dus nog zijn. We sturen onze gasten ook altijd hier naar toe en de meeste vinden het een mooi gebied. Een enkeling is teleurgesteld dat de flamingo’s zo ver weg staan. Ze denken dat je ze, net als in een dierentuin, van dichtbij kan bekijken. Maar dit is de natuur! We komen aan en zien de koloniën al in het water staan. Het zijn er nog heel veel. En ja, je hebt een verrekijker nodig om ze goed te zien. Zo nu en dan vliegen er een paar voorbij en dat is een mooi gezicht. In het informatiecentrum vind je allerlei wetenswaardigheden over deze roze beesten die alleen maar roze zijn als ze veel garnalen eten. Er loopt een wandelpad om het meer heen maar aangezien het een behoorlijke wateroppervlakte heeft beginnen we daar niet aan. Het lijkt ons beter om met de auto erom heen te rijden.Tenslotte zijn er verschillende parkeerplaatsen met uitkijkposten. Net als we terug naar onze auto willen lopen wijst een aardige Spanjaard ons op een uitkijkpost dichtbij wat de moeite waard is. Deze post blijkt uit te kijken op een klein meertje en daar zitten, nou ja staan eigenlijk, een aantal flamingo’s. De afstand is hier een stuk kleiner waardoor je de vogels goed kan bekijken. Geweldig! Na dit maken we een rondje met de auto rond het hele meer, dat overigens nog een uurtje in beslag neemt omdat we verschillende keren uitstappen om foto’s te maken.
Degene die ons kennen weten wel dat we het niet kunnen laten om ook nog naar de ezelopvang te gaan. Tenslotte ligt dat hier om de hoek. Een rondje langs alle ezels in Refugio del Burrito is altijd leuk. De ezels die daar zin in hebben krijgen dan van ons een flinke hug.

zondag 18 september 2011

Lobo Park


Diverse gasten van ons zijn al naar het Lobo park geweest en iedereen komt enthousiast terug. Hoog tijd dat wij zelf eens daar gaan kijken. Lobo park ligt naast Antequera en tegenover El Torcal. Het is een groot omheind terrein waar verschillende soorten wolven verblijven. Je kunt ze alleen bekijken tijdens een rondleiding. We zoeken dus eerst uit hoe laat er eentje wordt gegeven. Op www.lobopark.com staat alle informatie. Tevens staat daar ook de data voor de Wolf Howl Nights. Je krijgt eerst een diner met uitzicht op El Torcal en daarna een rondleiding waarin je de wolven kan horen huilen bij volle maan. Al hoewel ons dit fantastisch lijkt willen we ze toch eerst bij daglicht bekijken. Onze groep bestaat uit Spanjaarden maar gelukkig krijgen wij uitleg op zijn Engels. De tour begint eerst bij de huisdieren. We zien onder andere wat geiten en varkens. Over deze laatste horen we iets wat we nog niet wisten, namelijk dat varkens goede speur”honden”. Ze worden vaak ingezet om drugs op te sporen en zijn daarin succesvoller dan honden. Dat een varken beter leert dan een hond komt omdat een varken alleen maar geïnteresseerd is in eten. Dus als je hem beloond met voedsel doet hij alles voor je. Een hond heeft nog zoveel andere interesses dat hij niet altijd geneigd is te doen wat jij wil dat hij doet. De volgende keer moeten we toch maar een varken nemen in plaats van een hond!
Na de huisdieren gaan we op zoek naar de wolven. Er zijn 4 soorten wolven in het park: uit de bossen van Canada, van de toendra’s van Alaska, uit Europa, vooral Polen en Rusland en van het Iberisch schiereiland, Spanje en Portugal. In de zomer zitten ze allemaal lekker in de schaduw dus er moet wel wat vlees aan te pas komen om ze tevoorschijn te krijgen. Als de stukjes vlees over het hoge hek worden gegooid  dan springen de wolven uit alle bosjes. Je zou denken dat wolven eruit zien als honden en dat klopt ook wel een beetje maar hun gedrag maakt ze toch wel wat indrukwekkender. En vooral de blik in hun ogen maakt dat ze er gevaarlijk uit zien. Na een uur buiten rond wandelen snuffelen we binnen nog tussen de souvenirs. Blijft altijd leuk om iets als aandenken mee te nemen. We gaan zeker nog terug voor de huilnachten en we willen de wolven ook graag een keer in de winter zien want dan hebben ze een mooie dikke vacht. 

vrijdag 16 september 2011

El Torcal


Het ligt niet zo ver bij ons vandaan. Net voorbij Antequera vind je dit kalksteengebergte. De weg er naar toe is al mooi en krijg je al een beeld van hoe het gebied eruit ziet. Bovenaan is een parkeerplaats met cafetaria en een bezoekerscentrum waar je informatie kunt krijgen over het ontstaan van het gebergte. Daar is ook een makkelijk begaanbaar pad met een mooi uitzicht. Wil je echt genieten van dit bijzondere natuurpark dan kan je het beste een wandeling maken. Er zijn verschillende routes uitgezet. We kiezen de langste wandeling van 2 uur. Gewapend met goede schoenen, dun jasje, hoed en flesjes drinken begint de tocht. Het pad is goed begaanbaar op wat stekelige onkruid na, dit is de reden waarom een lange broek fijner is dan een korte. Sommige stenen zijn een beetje glibberig en daarom begrijpen wij niet waarom er mensen zijn die toch op hun teenslippertjes aan zo’n wandeling beginnen. Deze ochtend is de lucht helder maar regelmatig is het anders. Het kan beneden in Antequera mooi zonnig weer zijn maar hier boven hangen vaak wolken. Aangezien je op 1400 meter hoogte bent zit je al gauw met je hoofd in de mist. Nu is het een blauwe lucht en heb je goed zicht op Malaga en de zee. 
Volgens het informatiefoldertje zijn er 11 soorten reptielen, 82 soorten vogels, 22 soorten zoogdieren en over de 100 soorten insecten. Dat laatste geloven we wel want er zoemt, prikt en zit regelmatig iets op en om onze neus. Ook wat verschillende vogels fladderen voorbij. De reptielen zullen er ongetwijfeld zijn maar, gelukkig, komen we die niet tegen. En van alle soorten zoogdieren komen we er maar 2 tegen. Eentje loopt op 2 benen en de andere zijn gemzen. Het is duidelijk dat ze regelmatig mensen zien want weglopen doen ze niet. De tocht duurt langer dan 2 uur omdat we regelmatig stoppen om foto’s te maken en te genieten van dit stukje prachtige natuur.
Het is de bedoeling dat we een andere keer ook de kortere wandelingen gaan doen want dit is een gebied waar je niet op uitgekeken raakt. 

zaterdag 30 juli 2011

Lucena

Sommige plaatsen daar ga je heen met een bepaald doel en voor de rest kom je daar niet. Lucena is zo´n plaats. Het ligt iets van 25 kilometer bij ons vandaan. De weg er naar toe is prachtig. Het eerste stuk gaat langs het stuwmeer van Iznájar en daarna slingert het door kleine dorpjes heen. Maar als je de stad nadert dan ziet het er niet aantrekkelijk uit. Veel leegstaande gebouwen, ooit meubelzaken geweest maar door de crisis allemaal failliet. Sommige verlaten fabrieken hebben ze afgebroken en zijn ze begonnen aan een woonwijk. Hier leggen ze eerst de infrastructuur aan en dan pas bouwen ze de huizen. Je ziet dan een stratenblok compleet met stoep en lantaarnpalen, echter geen huis te bekennen, dat doen ze later pas. In Nederland is dat vaak andersom. Ik kan me nog herinneren toen we in Capelle a/d Ijssel een nieuwbouwhuis kochten, daar hebben we de eerste maanden door de modder naar ons huis moeten baggeren omdat er geen straat en stoep was.  Maar ook de nieuwbouw hier ligt helemaal stil door de crisis. Als we deze trieste aanblik achterons laten gaan we meestal via de ringweg naar een grote winkelcentrum waar van alles te krijgen is. Nu besluiten we om eens het centrum in te gaan. De borden geven casco histórico aan, dat betekent dat er toch iets van oude gebouwen moeten staan. Na de auto in een parkeergarage weg gemoffeld te hebben volgen we de borden Oficina de Turismo. Hoe we ook draaien om de plek waar het zou moeten zitten, geen oficina te vinden. De straat ervoor is ook helemaal opgebroken. Nou ja, gelukkig hebben we een plattegrondje, ooit eens van een van onze gasten gehad. Wat krijgen we eigenlijk veel van onze gasten! En met dat in onze hand bezoeken we een aantal historische gebouwen. De kerken zijn altijd het spannendst, je weet namelijk nooit wat je achter het gordijn te zien krijgt. En zo ook als we de Parroquia de San Mateo binnenlopen. Prachtig!
Vol enthousiasme wandelen we naar nog een paar iglesias. Helaas, daar zijn de deuren dicht en kunnen we niet binnen gluren. O daar, de deur van de Convento de los Frailes staat open. We lopen de lange gangen door en plots staan daar een paar verbaasde paters voor onze neus. Waar gaan jullie naar toe, wordt er aan ons gevraagd. Ehh....dit mooie gebouw aan de binnenkant bekijken, antwoorden we. Lachend wordt ons duidelijk gemaakt dat dit niet de bedoeling is tenzij we tot het klooster willen toetreden. Jammer, het beetje wat we gezien hebben was al mooi maar de rest krijgen we niet te zien. Na een ochtend rond geslenterd te hebben besluiten we huiswaarts te keren. Nog voordat we de parkeergarage in duiken hangt er een grote poster met de vraag of al het Palacio Condes de Santa Ana hebben bezocht. De foto erbij doet ons omdraaien en op zoek gaan daar naar. Weer een open deur. Voorzichtig lopen we naar binnen, na ons vorige avontuur zijn we wat terughoudender geworden. Een vriendelijke dame vraagt of we een rondleiding willen. Dat willen we wel. Ze vertelt enthousiast over de geschiedenis en de restauratie van het gebouw. De entree met trap heeft een prachtig plafond.
Maar naarmate we verder lopen zien we alleen maar grote lege witte muren. Ze legt uit dat het gebouw nu gebruikt wordt voor het houden van expositie´s maar dat er op dit moment niets is, pas in september is er weer een nieuwe expositie.  Maar dat er nu geen schilderij te zien is daar trekt ze zich niets van aan. Ze sjouwt met ons het hele gebouw door langs alle lege witte muren. Als we even wat later weer buiten staan moeten we toch wel lachen om deze bijzondere rondleiding.  Al met al een leuk stadje dat best het bezichtigen waard is.

donderdag 21 juli 2011

Sierra Nevada

Behalve een heleboel cultuur is er in Andalusië ook heel veel natuur. Vorig jaar hadden we gasten die geen enkele stad hebben bezocht maar alleen natuurgebieden. Van ons uit kun je diverse parken bezoeken. Dichtbij is onder andere El Torcal, El Chorro, Montes de Malaga en La Subbetica. Ietsje verderweg ligt de Sierra Nevada met daarin de hoogste toppen van Spanje. Onnodig te vermelden dat daar de eeuwige sneeuw ligt en dat het, niet alleen voor de Spanjaarden, de plek is om te skiën. In de zomer is het een wandelparadijs. De zuidkant van de Sierra Nevada, Las Alpujarras, is een geweldig gebied met witte dorpen en ontelbare wandelwegen. Helaas, deze kant is te ver weg bij ons vandaan. Echter, de noordkant is goed aan te rijden. Als je een beetje vroeg op pad gaat dan kan je daar een flinke wandeling maken. Begin juni gaat Rob samen met een vriend, dezelfde met wie hij ook de Maroma en de Tiñosa heeft gedaan, een wandeling maken naar de Valeta, de op een na hoogste top, 3470 meter. De weersvoorspelling voor die dag is niet slecht. Een beetje bewolkt, een spatje regen en niet zo warm. Dat is mooi als je een paar uur gaat wandelen.
De auto laten ze achter bij Hoya de la Mora. Gewapend met regenjas, voor het geval dat, gaan ze op pad. De weg naar boven is makkelijk begaanbaar. Hoe hoger ze komen hoe lager de bewolking hangt en wat zijn ze blij met het regenjasje. Niet dat er regen valt maar het beschermt ook tegen de kou. De temperatuur is ondertussen tegen het vriespunt gezakt. En hun schoenen worden nat van de sneeuw. Als ze tegen het middaguur zo hoog komen dat ze tot hun knieën weg zakken in de sneeuw en ze geen hand meer voor ogen zien door de dichte mist besluiten ze om terug te keren. Toch wel heel bijzonder om in juni door de sneeuw te baggeren. Tegen de avond zijn ze weer thuis met veel foto´s en verhalen, plus een geweldige ervaring rijker. Degene die ook graag zo´n tocht wil maken die kan kijken op Wikiloc daar staat de gehele route uitgestippeld.

maandag 18 juli 2011

Het Alhambra

Van ons uit is het net een uurtje rijden naar het Alhambra in Granada. Numero uno van de highlights van Andalusië.  Omdat er per dag maar een beperkt aantal mensen wordt toegelaten is het handig om de kaartjes al van te voren te bestellen via internet http://www.alhambra-tickets.es  Je kent dat wel, vlak voordat je weg wil nog effe snel op internet om dit regelen. Klik, klik, klik, zó en betaald. Als je dan goed naar je reserveringsformulier kijkt dan blijkt opeens dat je de verkeerde datum hebt ingevuld. Dit overkwam één van onze gasten een paar weken geleden. Tja, eenmaal besteld kan er niet meer geannuleerd worden.  Ze reserveren opnieuw kaartjes en dan op de goede datum en geven de andere aan ons met de vraag of wij iemand weten die daar graag heen wil. Wij zijn al eens geweest maar zoiets moois kan je gerust vaker bekijken.
En zo komt het dat wij naar het Alhambra gaan. Gelukkig deden ze aan de kassa niet moeilijk dat de kaartjes op naam van iemand anders stonden. Goh, wat is het toch allemaal veranderd, roep ik terwijl ik vol verbazing om me heen kijk. Het is voor mij inmiddels 25 jaar geleden dat ik hier geweest ben en toen zag het er heel anders uit. De gebouwen waren nog niet zo mooi gerenoveerd. Je auto kon je gewoon in de straatjes voor het paleis parkeren. Niks van kaartjes bestellen, gewoon aan de kassa halen. In een uurtje had je toen alles bekeken, nu heb je toch minstens 3 uur nodig. Als eerste bekijken we de Palacios Nazaries, want daar kan je alleen naar binnen op het tijdstip wat op je kaartje staat. Helaas, de fontein met de leeuwen is nog steeds in onderhoud. Ondertussen hebben ze de 12 leeuwen helemaal gerestaureerd maar aan de fontein wordt nog gewerkt. Hierna maken we een wandeling door het Alcazaba, dit fort behoort tot één van de oudste gedeeltes van het Alhambra.
Aangezien het buiten tegen de 37 graden is, besluiten we een beetje af te koelen binnen in het Palacio Carlos V, hierin zit namelijk een museum. En waar schilderijen hangen is het koel. Tot onze vreugde staat er in deze koele ruimte ook nog een enorme loungebank waar je heerlijk een boek over kunst kunt lezen. Als we helemaal zijn bijgekomen vervolgen we onze tocht naar de Generalife door de tuinen van het Partal. De Generalife bestaat uit tuinen op verschillende niveaus en het zomer paleis. Pas in de avond keren we huiswaarts. Ondanks de hitte hebben we genoten van de schoonheid van de gebouwen en de tuinen. Het blijft allemaal indrukwekkend. En als iemand weer eens kaartjes besteld op de verkeerde datum dan gaan we graag nog een keer.

zondag 17 juli 2011

Medina Azahara

Om onze gasten zo goed mogelijk te kunnen informeren over wat er te zien is in onze omgeving willen we de bezienswaardigheden zelf bekeken hebben. In de drie jaar dat we hier nu zitten hebben we ook al aardig wat uitstapjes gemaakt maar er is nog zoveel te ontdekken.  Af en toe, als we een dagje vrij zijn, maken we van de gelegenheid gebruik om op pad te gaan. Zo ook vandaag.  
Net buiten Córdoba vind je overblijfselen van wat ooit een prachtige paleisstad is geweest. In 936 werd het gebouwd in opdracht van Abd-al-Rahman III. Helaas heeft deze stad niet lang bestaan. De Berbers hebben het geplunderd en in brand gestoken in 1013. Pas in 1911 werd er begonnen met archeologische opgravingen.
 Wij zijn wel benieuwd naar dit bouwwerk ondanks dat we ons realiseren dat er niet veel meer over is dan een hoop oude stenen. Het is even zoeken naar de weg er naar toe want er wordt overal aan de weg gewerkt. Uiteindelijk vinden we de borden die ons leiden naar een Amerikaans uitziend bezoekerscentrum waar tevens het archeologisch museum is gevestigd. Het is in 2009 gebouwd en ziet er uit als een blokkendoos gemaakt van beton met staal. Een supermodern gebouw wat je eigenlijk niet verwacht als je naar overblijfselen uit 936 gaat kijken. Voor EU inwoners is de entree gratis anders betaal je € 1,50. Uit welk land komen jullie, vraagt de aardige meneer achter de balie. Uit Nederland, antwoorden wij in koor. Mag ik legitimatie zien, vraagt hij vervolgens. Zonder erover na te denken halen wij  ons Spaans rijbewijs tevoorschijn. Dit vindt hij wel heel erg leuk en begint vervolgens een heel gesprek met ons over waar we wonen, wat we doen, wat we van Spanje vinden enz., zich niets van aantrekkend dat de mensen achter ons geduldig staan te wachten. Na een discussie welk land hij nou op de lijst moest zetten, Nederland of Spanje, hollen we naar de filmzaal waar een animatiefilm start. Het is een mooie film over hoe de paleisstad er toen uitzag, inclusief de kalief en zijn onderdanen. Op ingenieuze wijze laten ze eerst het beeld zien hoe het er nu uitziet Over dit beeld heen trekken ze de muren omhoog en scheppen een compleet beeld van hoe het is geweest. We staan te popelen om het in het echt te zien. Eerst nemen we nog een kijkje in de zaal er naast waar allerlei opgegraven gebruiksvoorwerpen tentoongesteld zijn.
Daarna pakken we de bus om naar de ruïnes te gaan. Deze liggen tegen een berg aan en van daaruit heb je zicht over de stad Córdoba. Het is een enorm complex bestaande uit drie terrassen met verschillende gebouwen en tuinen en totaal omsloten door een nog intacte muurring.  Er is een route aangelegd langs de verschillende vertrekken met overal een bordje met wat uitleg zodat je je een beeld kan vormen hoe het hier uit moet hebben gezien honderden jaren geleden. Ook door de film heb je enigzins een idee, anders zie je alleen wat oude stenen met hier en daar een pilaar. Met een beetje fantasie kun je de hele stad voor je zien. En stel dat ze miljoenen tot hun beschikking hadden en dit zouden kunnen terug brengen in zijn oorspronkelijke staat. Dan had Andalusië  er weer een topattractie, zoals het Alhambra, bij. Helaas, dit zal nooit gebeuren. Er wordt nu wel aan gewerkt, men probeert zoveel mogelijk te reconstrueren maar als ik dan naar een mannetje kijk die met zijn verfkwastje een vierkante meter staat te verven ben ik bang dat wij dit niet meer gaan mee maken.